Nog meer hersenspinsels..
‘Ben je gek geworden?’ Hij was in de war, gedesoriënteerd. ‘Je mag dit niet doen,’ fluisterde hij. ‘Het spijt me’, zei ze. ‘Het was niet mijn bedoeling je in de war te maken.’ Hij knipperde met zijn ogen om scherper te zien. ‘Wat was dan wel je bedoeling?’
De wind blies haar haren naar voren. De punten raakten zijn borst. Ze wilde dat er gevoel zat in haar haar. Ze droeg alleen een lang grijs t-shirt dat haar ondergoed bedekte. Het was vreselijk moeilijk om hem niet aan te raken. ‘Ik zat aan je te denken. Ik wilde alleen even weten hoe het met je gaat.’
Hij zei niets en hij bewoog niet. Ze legde haar beide handen op zijn borst. Ze keek als gehypnotiseerd hoe hij zijn handen omhoog bracht naar haar haar en het uit haar gezicht haalde. Hij was nog steeds warrig. Het was net alsof dit bij een droom hoorde. Hij wilde weer verder dromen; ze wist dat hij dat wilde. Ze deed haar armen om hem heen en duwde haar lichaam tegen het zijnde. ‘Mmmmm’, gromde hij zachtjes. Ze wilde de vorm van zijn lichaam kennen. Ze reikte gretig naar zijn schouders en streek naar beneden over de zware spieren van zijn bovenarmen. Nu weer omhoog in zijn nek, zijn haar, over zijn borst en zijn zachte buik. Op dat moment leek hij wakker te worden. Hij schudde zichzelf als het ware door elkaar, greep haar bovenarmen vast en trok zichzelf weg uit haar greep. ‘Jezus, niet doen alsjeblieft?’ Hij kreunde hardop, boos en gefrustreerd. Ze deed een stap achteruit. ‘Waar ben ik mee bezig? Dit kan niet!’ Hij hield haar armen nog steeds vast, maar nu minder ruw. Hij liet haar niet bij hem, maar hij liet haar ook niet gaan. ‘Wil je dit alsjeblieft niet doen?’ Wil je alsjeblieft beloven dat we dit niet meer doen?’ Hij keek haar indringend aan. Zijn ogen smeekte haar om verschillende dingen tegelijk. ‘Ik denk aan je’ vertelde ze hem plechtig. ‘Ik wil bij je zijn.’ Hij sloot zijn ogen en liet haar armen los. Toen hij zijn ogen weer opendeed keek hij vastberadener. ‘We kunnen dit niet doen, je mag dit niet doen, beloof het. Ik weet anders niet of ik het aankan.’ Ze ging, maar ze beloofde niks. Zijn woorden waren waarschijnlijk niet bedoeld als een uitnodiging. Maar zo vatte zij ze wel op.
